“Wacht maar tot je later zelf kinderen hebt!”

Mijn armen 10 cm langer dan voor ik boodschappen ging doen. Geheid meer caloriën verbrand dan ik vanochtend heb gegeten en mijn bankrekening een stuk leger. Maar de  koelkast is weer vol. En terwijl ik naar huis liep met een vol boodschappenkarretje en 2 loodzware boodschappentassen denk ik aan mijn moeder.
Mam ging vroeger ook te voet de boodschappen doen. Voor een gezin met 5 kinderen. Net als ik. En wij mopperden op Mam als er iets op was. Net als de meiden hier. Als Mam achter onze vodden aanzat als we weer onze rotzooi niet hadden opgeruimd achter onze kont, reageerden wij net als de meiden hier. Om het vervolgens de dag erna weer te doen en weer op onze kop te krijgen. Als de was weer  niet beneden was en Mam dus niet  zou wassen, reageerden we alsof het ons niks deed, maar waren we wel boos als net dat ene truitje niet in de kast lag! Als het er de week erna  wel lag, dan zeiden we daar niks over. Net als de meiden hier. Alles was vanzelfsprekend. Mam was er. Mam deed alles toch wel. Vaak zei Mam op de zoveelste grote mond: “Wacht maar tot je later zelf kinderen hebt!”

En hoe cliche ook. Ze had (en heeft) gelijk. Ik zie hier die meiden precies de dingen doen die wij vroeger ook deden. Ik zie ze de was overal laten slingeren, de sokken niet binnenstebuiten draaien, hun broekzakken niet leegmaken. Hun kamer niet opruimen, hun jas overal laten slingeren. Hun schoenen overal laten slingeren. Hun afval ligt overal behalve in de prullenbak. En ik doe het toch wel. En vandaag besefte ik het me ineens. Dit kreeg mijn moeder dus elke dag te verduren. En dan besef ik me eens te meer dat het alleen nog meer meer en erger wordt! Er is er pas 1 aan het puberen en ik denk dat we nog van geluk mogen spreken met hoe ze pubert. Er volgen er  straks nog 4.
En dan besef ik me dat ik te weinig aan mijn moeder (en vader) heb laten merken dat ik al die dingen echt wel zag. Dat mijn bed lekker was opgemaakt. Dat mijn kamer toch wel was opgeruimd. Dat er elke dag eten op tafel stond. Dat dat ene truitje of die ene broek gewassen was en in de kast lag. Dat mijn uniformen tijde van mijn zorgstageperiodes altijd gewassen was, mijn schort van mijn slagersperiode altijd schoon was. Dat de fietsband die ’s avonds nog lek stond, ’s morgens op mysterieuze wijze (lees: Pap) toch geplakt was. Dat er ’s nachts om 3 uur iemand op school stond om ons op te halen na een uitstapje met school naar Engeland. En nog legio voorbeelden die ik kan noemen.
Ik kan niet meer met terugwerkende kracht bedankt zeggen voor alles. Soms zou ik de tijd terug willen draaien. Dingen anders willen doen. Maar dat kan niet. Pap en Mam, bedankt..

En tegen de meiden zeg ik: “Wacht maar tot jullie later kinderen hebben!” 😉